“We shouldn’t teach our students the ability to hold two opposing ideas in the mind at the same time and still be able to function. They should do so 𝙞𝙣 𝙤𝙧𝙙𝙚𝙧 to be able to function.” Met deze woorden – een knipoog naar The Great Gatsby (origineel van F. Scott Fitzgerald, met een twist van Tenkei Coppens Roshi) – raakte Rolf Groeneveld (WUR) de kern van de landelijke wo-dag: hoe leiden we studenten op die niet vastlopen in één model, maar juist kunnen functioneren dankzij een rijk palet aan perspectieven?
Op de Radboud Universiteit deelden universitair (hoofd)docenten, professoren, opleidingsdirecteuren en (vice)decanen van verschillende universiteiten hun inzichten, ervaringen en vragen. Het nieuwe Manifest Toekomstgericht Business- en Economieonderwijs vormde daarbij het gezamenlijke vertrekpunt.
Van manifest naar collegezaal
Gezamenlijk werd het manifest vertaald naar de dagelijkse onderwijspraktijk. Hieronder een overzicht van de belangrijkste inzichten per pijler van het manifest.
- Brede inzichten uit de discipline
Toekomstgericht economieonderwijs vraagt om een bredere, pluralistische blik, zo gaven veel deelnemers aan. Dat betekent: meerdere perspectieven op economische vraagstukken aanbieden, ethiek sterker verweven in het curriculum en welzijn nadrukkelijk naast (of boven) economische groei plaatsen. - Interdisciplinaire verbinding
Er ligt volgens deelnemers veel potentie in samenwerking met andere disciplines. Denk aan real-life en challenge-based onderwijs, co-teaching en het integreren van inzichten uit onder meer economische geografie, sociologie en antropologie. Door vakgebieden te verbinden ontstaat ruimte voor complexere, maatschappelijk relevante vragen. - Ethische en kritische vaardigheden
Kritisch denken begint bij het expliciet maken van aannames achter modellen en het uitnodigen tot discussie. Deelnemers wezen op het belang van open vragen, meervoudige perspectieven, historische en filosofische context, en het omarmen van subjectiviteit binnen economie. Studenten laten oefenen met real-life dilemma’s en keuzes laten onderbouwen – waarbij het waarom belangrijker is dan het juiste antwoord – werd vaak genoemd. - Verbinding met praktijk en samenleving
De wens om het onderwijs sterker te verbinden met de samenleving was breed gedeeld. Docenten willen studenten meer in contact brengen met bedrijven, overheidsorganisaties, maatschappelijke initiatieven en non-profits. Gastcolleges, bedrijfsbezoeken, living labs, real-world casussen en project-based learning werden gezien als effectieve manieren om de kloof tussen theorie en praktijk te verkleinen.
Programma & parallelsessies
Naast het manifest stond Toekomstdenken centraal in het plenair programma. Simone Haarbosch deelde dat het vermogen om verschillende ‘toekomsten’ te verbeelden essentieel is om transities daadwerkelijk vorm te geven. Door te praten over futures – meervoud – wordt duidelijk dat de toekomst fundamenteel onzeker is: er zijn eindeloos mogelijke toekomstscenario’s die in het nu worden gemaakt. We moeten studenten leren toekomsten te herkennen en navigeren.
Daarnaast bestond de dag uit twee rondes met deelsessies:
Het economiecurriculum herzien vanuit pluralistisch perspectief
Georganiseerd door: Ivan Boldyrev (Radboud Universiteit)
Met: Rolf Groeneveld (Wageningen University & Research), Ella Needler (Rijksuniversiteit Groningen), Ekaterina Svetlova (Universiteit Twente) en Melissa Vergara-Fernández (Rijksuniversiteit Groningen)
In deze sessie verkenden deelnemers wat pluralisme betekent voor economieonderwijs en hoe dit in het curriculum kan worden toegepast. Waarom is pluralisme belangrijk en hoe kan het kritisch denken van studenten worden versterkt? In de sessie werd pluralisme toegelicht als de inclusie van diverse ideeën, methoden en perspectieven, waar dit momenteel vaak te veel gericht is op een smalle en geïsoleerde kijk op economie.
Belangrijkste inzichten:
- Pluralisme vraagt om interne diversiteit tussen economische stromingen als externe integratie met bijvoorbeeld filosofie, sociologie en antropologie.
- Pluralisme versterkt het kritisch denkvermogen van studenten en het vermogen om tegenstrijdige modellen of perspectieven te hanteren: essentiële vaardigheden in de huidige, AI-gedreven wereld.
- Belemmeringen zijn beperkte ruimte in het curriculum, bureaucratie en beperkte kennis van alternatieven voor neoklassieke kaders. Mogelijke strategieën om dit te overkomen: klein beginnen, het integreren van context en kritische perspectieven in bestaande vakken, co-teaching met disciplines als geschiedenis en filosofie of probleemgestuurd leren.
- Pluralisme is een culturele shift: dat vraagt om openheid, empathie en de erkenning dat economie een sociale wetenschap is.
Meer dan een onderwerp: ethiek integreren in de kern van het economieonderwijs
Georganiseerd door: Tjerk Budding (Vrije Universiteit Amsterdam)
Met: Kim Meijer (Hogeschool Arnhem-Nijmegen) en Marion Smit (Vrije Universiteit Amsterdam)
In deze sessie onderzochten deelnemers hoe ethiek systematisch en inhoudelijk kan worden geïntegreerd in het onderwijs in economie, bedrijfseconomie en bedrijfskunde. Welke werkvormen zijn hiervoor geschikt? En in hoeverre is er behoefte aan een specifieke theoretische basis die met studenten kan worden gedeeld?
In de sessie werden praktische voorbeelden getoond, bespraken we passende didactische werkvormen en wisselden we ervaringen uit.
Onderwijs in welvaartseconomie
Georganiseerd door: Philippe van Gruisen en Jim Been (Universiteit Leiden)
Met: Eveline van Leeuwen (Universiteit Wageningen), Lieke Beekers (Universiteit Leiden) en André van Hoorn (Radboud Universiteit)
Hoe geven we onderwijs in welvaartseconomie vorm binnen economieopleidingen? Drie sprekers deelden in deze sessie hun ervaringen, elk vanuit een andere universiteit:
- André van Hoorn lichtte toe hoe welvaartseconomie bij Radboud Universiteit geïntegreerd is in diverse vakken, zoals macro-economie en institutionele economie. Daarnaast bestaat er een apart keuzevak Economics of Wellbeing.
- Lieke Beekers, universitair docent aan de Afdeling Economie van de Universiteit Leiden, presenteerde de opzet van een nieuw vak: Toegepaste welvaartseconomie binnen de bachelor Economie & Samenleving.
- Eveline van Leeuwen schetste ten slotte hoe studenten aan Wageningen University leren nadenken over goed beleid en de onderliggende afwegingen. Ook daar komt het begrip ‘welvaart’ terug in meerdere onderdelen van het curriculum.
Na de presentaties volgde een levendige discussie. Moet zo’n vak wellicht ‘normatieve economie’ worden genoemd? Welke voorkennis hebben studenten nodig om een complex onderwerp als dit te kunnen doorgronden? Hoeveel nuance is passend in een eerstejaarsvak? Hoe verweef je verschillende economische denkers in het curriculum? En als we meer aandacht besteden aan welvaartseconomie, waaraan besteden we dan minder tijd?
» Bekijk de presentatie van Lieke Beekers
» Bekijk de presentatie van André van Hoorn
Real life economie en bedrijfskunde: maatschappelijke vraagstukken in de collegezalen
Georganiseerd door: Marc Kramer (Rijksuniversiteit Groningen)
Met: Daniël Vullings (Rijksuniversiteit Groningen), Chantal Remery (Universiteit Utrecht) en Rick Hollen (Universiteit van Amsterdam)
In deze sessie stond centraal hoe real-life cases en challenge-based learning kunnen worden toegepast in het academisch economie- en bedrijfskundeonderwijs. Deelnemers bespraken verschillen in aanpak en de rol van simulaties versus echte cases.
Inzichten uit deze sessie:
- Context wordt vaak pas achteraf gebruikt om theorieën te illustreren: meer structurele toepassing op lopende cases is gewenst.
- Er zijn veel voorbeelden van hoe challenge based learning wordt toegepast bij Nederlandse Universiteiten.
- Er zijn verschillende perspectieven op simulaties en hoe dicht deze bij de praktijk staan. Sommige docenten hebben het gevoel dat de onderliggende modellen te erg zijn versimpeld. Anderen vinden dat alle cases in principe een model zijn, afhankelijk van de schaal. Een derde groep ziet simulatiespellen en real-life challenges als complementair: Simulaties werken voor grote cohorten, terwijl real-life challenges geschikter zijn voor kleinere groepen.
- Een belangrijke vraag blijft welke rol de docent moet hebben: in welke mate moet deze betrokken zijn?
AI in het economieonderwijs en de aansluiting vwo en universiteit
Georganiseerd door: Peter van Baalen (Universiteit van Amsterdam)
Met: Marc Becker (Maastricht University)
Welke kansen biedt AI in de transitie naar een nieuwe economie en brede welvaart? In deze sessie stond centraal hoe het profiel van economen en de manier van lesgeven verandert door AI, alsook hoe we de aansluiting tussen vwo en universiteit kunnen versterken.
Dr. Marc Becker (Maastricht University) presenteerde hoe AI gepersonaliseerd en ervaringsgericht leren mogelijk maakt. Hij ziet AI als kans, risico én verplichting:
- AI kan ervoor zorgen dat alle studenten op hetzelfde niveau zijn voordat ze naar college komen. Daarnaast maakt het grootschalige één-op-één lessen mogelijk tegen lage kosten en met hoge kwaliteit.
- Belangrijk bij het gebruik van AI: kritisch denken als vaardigheid. Studenten moeten niet te snel tevreden zijn met antwoorden.
- Ontwikkeling van ‘tech teacher’: docent heeft kennis en vaardigheden nodig om bijvoorbeeld AI agents te instrueren. ‘The best way to learn it, is to use AI.’
Prof.dr. Peter van Baalen van de Universiteit van Amsterdam maakte de koppeling naar de arbeidsmarkt.
- Hoewel AI als technologie nog incompleet is, ontstaan er al duidelijke sociaal-ethische, technische en economische vraagstukken.
- (Gen)AI wordt geleidelijk meer toegepast bij Nederlandse en Europese bedrijven, waarbij verschillende adoptiepatronen te zien zijn.
- Niet-routinematige cognitieve management-/zakelijke-/economiebanen zijn relatief veilig zolang deze creatieve en sociale taken bevatten.
In het gesprek met deelnemers stonden twee vragen centraal:
- Wat is er nodig om scholen (vo), universiteiten en de arbeidsmarkt op elkaar af te stemmen? Welke vaardigheden en kennis hebben scholieren wanneer zij de universiteit betreden? Zijn zij onder- of juist overgekwalificeerd door vroeg AI-gebruik?
- En met welk profiel komen afgestudeerden op de arbeidsmarkt terecht? Hoe verloopt de overgang van ‘leren’ naar ‘output leveren’ in een AI-gedreven economie?
Vervolgens werd het gesprek met deelnemers gevoerd: wat is er nodig om scholen (vo), universiteiten en de arbeidsmarkt op elkaar af te stemmen? Wat zal het vaardigheids- en kennisniveau zijn (op het gebied van economie en bedrijfsleven) wanneer middelbare scholieren de universiteit betreden? (onder- of overgekwalificeerd). Wat zal het vaardigheids- en kennisniveau zijn wanneer universiteitsafgestudeerden de arbeidsmarkt betreden? (overgang van focus op leren naar focus op output).
» Bekijk de presentatie van Peter van Baalen
De landelijke wo-dag is georganiseerd in samenwerking met Radboud Universiteit, Universiteit Leiden, Vrije Universiteit Amsterdam, Rijksuniversiteit Groningen, Universiteit van Amsterdam en het Decanenberaad Economie & Bedrijfskunde (DEB). Dank aan alle partners, sprekers en deelnemers die samen deze dag hebben vormgegeven.
Bekijk hieronder de foto’s voor een sfeerbeeld van de dag:








































